Sprookjesboek

Ze had niet verwacht dat het echt zou zijn tot ze de lachende blauwe ogen onder de witte paraplu zag opduiken. Het boek van dromen opende zich tot de kaft kraakte en ze besloot met volle teugen te genieten van wat er komen zou.

Ze gingen voort op de dag van toen, geen vragen, geen verklaringen, ze luisterde naar de brokstukken die hij vertelde over het laatste jaar. Ik heb je gemist en ik jou ook. Binnenin haar begon het te trillen toen ze elkaar kusten en de weg er naar toe begon. De enorme ruimte leek kil en hol, al snel kroop de leegte vol energie en ze genoot met volle teugen van haar prins van kleurtjes die haar liet zien dat alles, hoe onbeduidend dan ook, moois in zich had.

Ze aaide over de kist met het spiegeltje, ze verbaasde zich over de groei in zijn werk, de prachtige contouren van een vrouw die in de vrouwenhandel verzeild was geraakt, de duidelijke ruggegraat van een torso in een laantje, één streek die van het laantje een sokkel maakte.

Ze sliep niet op de bank voor de elektrische kacheltjes, ze vroeg zich af of ook zij een steentje zou leggen in een rivier op aarde, een blijvend teken van aanwezigheid, zoals hij door zijn talent voor altijd zou blijven. Wat was haar steen?

Hij lag nadenkend in de hangmat terwijl ze hem zachtjes wiegde en proefde van de zoute druppels in het kuiltje waar de slagader klopte. Lang had ze zich niet zo levend en gezond geweten. Hoe deed hij dat of deed ze het zelf?!

Ze dacht aan de nachtelijke rit achterop de fiets toen hij haar voor de eerste keer zijn wereld liet zien, de herinnering aan Turks Fruit die door haar hoofd ging. Deze keer liepen ze ingetogen naast elkaar, hij met de fiets aan de hand toen ze vroeg in de ochtend door het stadje naar zijn huisje liepen. Zij wat onvast zoals gewoonlijk, hij met de stevige korte tred die ze altijd wat moeilijk bij kon houden. Hij maande haar tot stilte terwijl ze de plaats voorbij gingen waar eerder een mens zijn leven verloor.

Het kleine paleisje aan de gracht was vol van zijn aanwezigheid. Hij wees haar de kant van het bed waar zij mocht slapen, een halve fles wijn en een gebruikt glas naast het bed, ze vroeg er niet naar, toch bleef het haar bij. Ze maakte het zich comfortabel in haar gebruikelijke flanelleke terwijl ze luisterde tot de geluiden van stromend water ophielden en hij fris de trap af kwam lopen. De dag begon al toen de nacht eindigde, met zijn gedachten al op een andere plaats maakte hij haar wakker, ze dronk de koffie, spoelde de geuren van zich af en zag de werkelijkheid verschijnen.

Zachtjes sloot ze het boek, wetende dat het kleine kunstwerkje haar constant zou vertellen dat het geen droom maar een vervolg op het sprookje was.