In Memoriam voor 't Kruimelhuis

Negen jaar geleden kreeg ik de eerste weeskittens in de handen. De verzorging van 't kleine spul komt je niet aanwaaien, alle begin is moeilijk, alle probleempjes, hoe klein dan ook, werden meteen op het bordje van de dierenarts gegooid. Gelukkig was de dierenarts van 't Kruimelhuis een man die dit wel snapte, immers, hij had ook al eens twee van die kleine hummels grootgebracht, ze zijn beiden vijftien jaar geworden, vorig jaar is de laatste overleden.

Toch valt niet alles in dit 'vak' te leren, het zit 'm toch voornamelijk in het 'fingerspitzengefühl' en in de waarde die men hecht aan het leven. Alle leven, wat levenswil heeft, is het waard om voor te knokken, hoe ongewenst het ook is en hoe groot het kattenoverschot ook is. Mijn opvatting is nog steeds dat al wat ter wereld komt recht heeft op tenminste een kans.

Natuurlijk is het discutabel om ten koste van veel werk en geld de weggesmeten kleintjes groot te brengen terwijl in heel Nederland de asiels volzitten met katten. Natuurlijk zegt men dat de kleintjes een volwassen kat een kans ontnemen, tja, het zij zo, ook kittens hebben rechten. Eigenlijk heb ik nooit zin gehad dit te gaan verdedigen. Dit even terzijde.

Een half jaar geleden moest ik 't Kruimelhuis sluiten, de toenmalige bewoners eerder dan gepland verplaatsen naar hun nieuwe thuis en degenen die te jong waren werden met liefde opgevangen door een collegapleegmoeder. Het was slikken, de leegte was zichtbaar en alle iele stemmetjes leken hoorbaar.

De laatste keer dat ik er was flitsten er veel kleine koppies door m'n gedachten, Merlijn en Dootje, die bleven omdat ze chronisch ziek waren, het prachtige nest van moeder Krückel die geen mama wilde zijn, Grote die de dubbele grootte had van wat normaal was en qua zachtaardigheid even kolossaal was, Jengel, z'n naam zegt het al, Prinsje die met zijn 8 weken nog steeds geen stukjes kon eten, de Luisjes die genoten van hun wekelijks bad, Charlie wel al 8 maanden, toch een kruimel, Manke Nelis een tijger van een jaar of 15 schaarde zich ook onder de weesjes, Okkie die drie maanden niet wilde eten, Japie die kansloos was, Whi en Watje die tijdens de verbouwing logeerden, onze eigen katten waren in pension, het kleine zwartje wat aan een hartaanval stierf, Kruimel het pronkstuk, hij kreeg en eigen pagina op de site. Jody het bouwvakkertje waar ik zo graag van wil weten waar hij nu is, Sprinter die bij de nieuwe baas is overleden, Skip de driepoter die alleen kwam voor revalidatie, Guusje die te jong was volgens iedereen, ze leek net een eekhoorntje, Gilbert die in den Haag woont, Polleke..., Miepie met haar prachtige nest, de kleinste was Muis Piep, De Haasjes, de tweeling van Anak, Pipo die helemaal kaal werd, Kikker, Beertje en Panda, Misja en Iwan, Klarinet hun zus die een week later over de fabrieksband kwam, de Vliegeniertjes die in de bossen van de vliegbasis net op het randje gevonden werden, Merlijntje die na een half jaar toch ingeslapen is in 't Kruimelhuis, Max en Tess die in Utrecht wonen, de vier koningsblauwen, Lazarus, opgestaan uit de dood, Pompidou die meegelift kwam uit Parijs, Tijl, Anneke, Pietje, Kermit en Champur, en de 6 rooie rampjes, Doesje met haar kromme ruggetje wat helemaal in orde kwam, Carmen de voorjaarsbode van een jaar geleden... dat was een gedeelte van alle kleintjes die me dierbaar zijn... het was een feest voor ze te mogen zorgen.

Voorbij, ooit weer op te pakken, ik denk het niet, de tijd zal het leren.

januari 2002