De bus

Naar m'n werk gaan is een onderneming van anderhalf uur. Geeft niet, in de wachttijd tussen twee bussen op 't station, trakteer ik mezelf op een bak koffie, een kletspraatje met wie er toevallig aanwezig is, en een ontspannend halfuurtje met de Telegraaf. Vanmorgen stonden er een vrij goed artikel en een paar reacties in over de nertsenkwestie.

Ik stap in, met een berg schooljeugd en een dame (tjonge, zoveel make-up heb ik nog nooit gezien) van een jaar of 70 (die zo te zien nooit 't zonnetje in het water heeft zien schijnen of zouden sommige mensen met de mondhoeken naar beneden geboren zijn?), wringt zich natuurlijk naar voren en stapt eerst in, samen met een lollig hondje, ik snapte al niet dat een whippetherderachtig iets een type voor haar was. Dit was ook niet zo, ze bleef stokstijf voorin voor een bank staan met een zeer samengeknepen mondje. Voor mij hoorde ik de buschauffeur een meisje de wacht aanzeggen: "Ik heb je al meer gewaarschuwd dat de hond aangelijnd moet zijn, de volgende keer mag'ie niet meer mee." Het meisje knikt "ja zeggen nee doen" en volgt het hondje naar achter de bus in. Het hondje wordt door de schooljeugd begroet met lieve woordjes, aaien, en klopjes, het glundert er gewoon van. Helaas was er alleen naast de dame een zitplekje, ik ga zitten en mevrouw bekijkt de plaats naast haar met een gezicht van "kan dat wel?". Ze vlijdt zich neder met een pikzwarte jas, draait zich naar mij en verklaart pinnig dat je tegenwoordig nergens meer kunt gaan zitten zonder de jas onder de haren te krijgen, die beesten kom je overal tegen en mogen alles. Ineens valt mij een prachtige vacht op die los over haar jas geschikt is. Ik kijk naar het velletje en vraag: "U heeft toch al haartjes op de jas?" Ik kreeg geen antwoord...

Dan voel ik me nog schuldig om deze opmerking ook, och, ik durf ook niet publiekelijk mijn score op de Bitchy schaal te vermelden.